1. Schrijf eerst met de deur dicht, daarna met de deur open.
    Zoals Joke van Leeuwen al zei: schrijven begint met schrijven wat er in je opkomt. Je open stellen. Stephen King heeft erover gezegd: schrijf eerst ‘met de deur dicht’. Schrijf alleen voor jezelf. Pas later schrijf je met de deur open: je kijkt dan naar je tekst met de ogen van iemand anders. Pas dan let je op alle details, in structuur, stijl en spelling.
    Belangrijk: haal de buitenwereld er niet te snel bij! ‘Geef jezelf de kans om te denken terwijl je verhaal nog is als versgevallen sneeuw, vrij van andere sporen dan die van jezelf’, aldus King.
  1. Ervaren schrijvers beginnen ‘met de deur dicht’ en kiezen intuitief hun genre, hun toon, en hun personages. Als je minder ervaren bent, stel dan deadlines voor jezelf, zodat je niet te lang blijft hangen in een bepaalde fase. Bijvoorbeeld: in week 1 verzamel ik mijn associaties. In week 2 en 3 kies ik mijn genre en een perspectief. Ook formuleer ik de globale structuur en schrijf ik de eerste versie. Week 4 en 5 besteed ik aan het schrijven ‘met de deur open’. 

  2. Hoe schrijf je vanuit niet-menselijk perspectief? Een paar tips:

    a. Bekijk voorbeelden zoals Specht en zoon van Willem-Jan Otten of Fuzzie van Hannah Bervoets. Schrijf een pagina over, om te ervaren hoe de zinnen vanuit niet-menselijk perspectief kunnen lopen.
    b. Bedenk dat niet-mensen al heel vaak acteren in teksten. Een wind kan huilen, schepen wachten geduldig, golven gaan schuimbekken.
    c. Schrijf eerst het verhaal dat je wil vertellen. Hervertel dan hetzelfde verhaal vanuit een ander perspectief.

  3. Laat je niet intimideren door de definities van een genre. Een gedicht kan verhalend zijn, een verhaal kan essayistische elementen bevatten, een essay kan dialogen verdragen en ook grote hoeveelheden poetische zinnen. Kijk vooral naar wat je zelf wil schrijven.

  4. Als je vast zit, probeer dan je tekst vanuit een ander register te benaderen. Maak bijvoorbeeld een (strip-)tekening van de intrige van je verhaal; schrijf een korte samenvatting of synopsis, of teken een mindmap waar je nieuwe associaties onderzoekt. Dit soort variaties helpen je vaak vooruit.

  5. Bijna alle teksten worden beter als je de eerste alinea weghaalt, of de laatste, of beide. Kijk eens!

  6. Waarom show don't tell ofwel: vertel niet maar vertoon? Omdat lezers concrete beelden beter tot zich nemen dan weinig specifieke abstracties. Dit is een mooie regel maar er kleeft een gevaar aan: je kunt gaan verzuipen in details. Bekijk je details daarom kritisch: wat dragen ze bij aan wat je wil zeggen? Zoek veelzeggende details. De rest kan weg.

  7. Lees je tekst hardop. Dan hoor je pas waar je tekst hapert.

  8. Wacht niet op inspiratie, maar schrijf regelmatig en accepteer dat het de ene keer stroever gaat dan de andere.

  9. Geloof in je wat je schrijft en wees eerlijk! Halve waarheden, mooischrijverij en plichtmatige taal helpen nooit. Een tekst die met aandacht is geschreven, kritisch herschreven, die oprecht jouw wereld vertegenwoordigt, is de moeite van het lezen waard. Echt waar.